Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2024:21668

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 december 2024
Publicatiedatum
20 december 2024
Zaaknummer
C/09/677478 / JE RK 24-2281
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 800 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtiging uithuisplaatsing bij vader ondanks zorgen bij moeder

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de gecertificeerde instelling tot machtiging van uithuisplaatsing van een minderjarige bij haar vader. De minderjarige verbleef aanvankelijk bij de moeder, maar was tijdelijk in een time-out bij de vader. De moeder en vader hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag.

De kinderrechter constateerde zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder, waaronder meldingen van fysiek geweld en schoolzorgen. Hoewel de moeder instemde met de time-out, verzette zij zich tegen verblijf bij de vader. De moeder handelde niet in het belang van de minderjarige door haar uit school te halen tegen afspraken in.

De rechter oordeelde dat het dringend noodzakelijk was om de minderjarige uit huis te plaatsen voor haar verzorging en opvoeding, maar dat het niet in haar belang was om bij de moeder te verblijven. Wel was er onvoldoende zicht op de opvoedsituatie bij de vader en een schadelijke verstandhouding van vader naar moeder, wat een ernstig loyaliteitsconflict bij de minderjarige veroorzaakte.

Daarom werd het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader afgewezen, maar werd een tijdelijke machtiging verleend voor een korte periode tot 2 januari 2025. De zaak werd aangehouden tot de zitting op 31 december 2024 voor verdere behandeling.

Uitkomst: Verzoek tot machtiging uithuisplaatsing bij vader afgewezen vanwege onvoldoende zicht op opvoedsituatie en schadelijke verstandhouding.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/677478 / JE RK 24-2281
Datum uitspraak: 19 december 2024

Beschikking van de kinderrechter

Machtiging tot uithuisplaatsing; spoedvoorziening

in de zaak naar aanleiding van het op 19 december 2024 ingekomen verzoekschrift van:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

betreffende:

[de minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2017 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] .

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen.

Feiten

  • Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden.
  • De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
  • [de minderjarige] verbleef bij de moeder, maar verblijft nu in het kader van een time-out bij de vader.
  • De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 september 2024 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 14 augustus 2025.

Verzoek

Het verzoek strekt tot het verlenen van een machtiging om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in de categorie overig (bij de vader met gezag) voor de duur van de ondertoezichtstelling.
Het verzoek strekt mede tot toepassing van het bepaalde in artikel 800, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Beoordeling

Op grond van de informatie zoals gebleken uit het verzoekschrift en de daarbij gevoegde bijlagen komt de kinderrechter tot het oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat [de minderjarige] in het belang van de verzorging en opvoeding uit huis wordt geplaatst.
Het verhoor van de verzoekster en de belanghebbenden kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . [de minderjarige] woonde bij haar moeder, maar verblijft nu (als time-out) bij haar vader. Yasmina (de oudere zus van [de minderjarige] ) en [de minderjarige] hebben uitspraken gedaan over fysiek geweld door de moeder en ook de school uit zorgen over de opvoedomgeving van de kinderen bij hun moeder. Hoewel de moeder het eens is met de time-out, wil ze niet dat [de minderjarige] bij haar vader verblijft. De moeder heeft vervolgens niet in het belang van [de minderjarige] gehandeld door haar op school uit de klas op te halen tegen de afspraken in. Het is van belang dat de acute stress voor [de minderjarige] afneemt en er is tijd nodig om de geuite zorgen – die door hulpverlening, betrokken bij moeder, niet worden herkend – te kunnen onderzoeken. Het is op dit moment niet in het belang van [de minderjarige] om bij haar moeder te zijn en zij geeft zelf ook aan dat op dit moment niet te willen en bij haar vader te willen verblijven. De kinderrechter ziet aanleiding om het spoedverzoek toe te wijzen (bij wijze van time out) voor een korte periode. Het verhoor zal op hierna te melden zitting plaatsvinden.
Daarom zal als volgt worden beslist.

Beslissing.

De kinderrechter:
machtigt Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de vader met gezag tot 2 januari 2025;
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de zitting van:
31 december 2024 om 12:00 uur;
gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:
  • Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;
  • de vader;
  • de moeder.
Deze beschikking is gegeven door mr. R. van Zeijst-Repelaer van Driel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.T. Verlinde als griffier en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2024.
Voor zover in deze beschikking eindbeslissingen staan, kan hoger beroep tegen deze beschikking worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.