ECLI:NL:RBDHA:2024:217
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag duurzaam verblijf burgers van de Unie wegens onvoldoende bewijs rechtmatig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een document 'duurzaam verblijf burgers van de Unie'. De staatssecretaris had de aanvraag afgewezen omdat eiser onvoldoende had aangetoond dat hij minimaal vijf jaar ononderbroken rechtmatig in Nederland verbleef.
Eiser stelde dat hij sinds 2010 in het bezit was van een EU-document en sinds 2016 een uitkering ontving, wat volgens hem rechtmatig verblijf aantoont. Ook wees hij op het bezit van een BSN-nummer en zorgpas als bewijs van rechtmatig verblijf. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd van rechtmatig verblijf tussen 2010 en 2016, omdat hij niet had aangetoond dat hij over voldoende middelen beschikte en geen aanvullende bewijsstukken had overgelegd.
Verder concludeerde de rechtbank dat het feit dat eiser sinds 2016 een uitkering ontvangt niet betekent dat hij voldoet aan de inkomenseis voor economisch niet-actieven. Het beroep op een belangenafweging vanwege familie- en gezinsleven werd verworpen omdat het besluit geen verwijderingsbesluit betreft.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor duurzaam verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van ononderbroken rechtmatig verblijf.