ECLI:NL:RBDHA:2024:21723
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buitenbehandelingstelling asielaanvraag ongegrond verklaard
Eiser diende op 6 juli 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister stelde deze aanvraag op 17 oktober 2024 buiten behandeling omdat eiser niet verscheen bij het gehoor en niet binnen twee weken had aangetoond dat dit niet aan hem te wijten was.
Eiser voerde aan dat hij niet correct was uitgenodigd voor het gehoor, omdat de oproep niet op het juiste adres was verzonden en hij niet op andere wijze was geïnformeerd. De minister had de uitnodiging naar het adres van de opvanglocatie gestuurd waar eiser tot 5 april 2024 verbleef en waar hij nog steeds volgens de Basisregistratie Personen stond ingeschreven.
De rechtbank oordeelde dat de minister eiser op juiste wijze had uitgenodigd en dat eiser niet had gereageerd op het voornemen om de aanvraag buiten behandeling te stellen. Het verzoek van de gemachtigde om de beschikking in te trekken deed hieraan niet af. Daarom bleef de buitenbehandelingstelling in stand en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de buitenbehandelingstelling van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.