Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 december 2024 in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas, verweerder
[derde-partij]uit [woonplaats], derde-partij.
Rechtbank Den Haag
Eiser, curator in het faillissement van een tomatenverpakkingsbedrijf, stelde beroep in tegen de afwijzing van een omgevingsvergunning voor het inpakken van door derden geteelde tomaten op het perceel van het failliete bedrijf. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas, had de aanvraag geweigerd vanwege de ruimtelijke uitstraling en mogelijke strijd met het Masterplan Middengebied.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag onder de Wabo viel omdat deze vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet was ingediend. Het bestemmingsplan voorzag in agrarische glastuinbouwactiviteiten, waaronder het verpakken van eigen geteelde tomaten. Eiser vroeg om toestemming voor het verpakken van maximaal 40% tomaten van derden, terwijl verweerder vasthield aan een maximum van 10% als ondergeschikt gebruik.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de ruimtelijke effecten van het verpakken van tomaten van derden en dat de motivering van het besluit ontoereikend was. Het standpunt dat dit zou leiden tot meer verkeersbewegingen en afvalstromen was niet onderbouwd. Ook was onvoldoende gemotiveerd waarom het initiatief in strijd zou zijn met het Masterplan Middengebied.
Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de omgevingsvergunning is vernietigd en verweerder moet binnen twaalf weken een nieuw besluit nemen.