Eiser, een deeltijdstudent aan de Open Universiteit, had vanaf september 2018 recht op een levenlanglerenkrediet. Na het bereiken van de maximale duur van 60 maanden wees de minister van Onderwijs zijn nieuwe aanvraag af. Eiser stelde dat de duur van het krediet verkeerd werd geïnterpreteerd en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden vanwege medische studievertraging.
De rechtbank oordeelde dat de wetgever met 'jaren' de kalenderjaren bedoelt en niet de studielast in studiepunten. Het feit dat eiser vanwege medische redenen zijn studie tijdelijk moest onderbreken, rechtvaardigt volgens de rechtbank geen toepassing van de hardheidsclausule, omdat geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond die een onbillijkheid van overwegende aard veroorzaken.
Hoewel de bezwaarprocedure onzorgvuldig was omdat eiser niet de gelegenheid kreeg aanvullende gronden in te dienen, werd dit gebrek gepasseerd omdat eiser in de beroepsprocedure voldoende gelegenheid heeft gehad zijn standpunten toe te lichten. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de minister in de proceskosten veroordeeld.