Eiseres had studiefinanciering aangevraagd als uitwonende student. De minister van Onderwijs besloot de studiefinanciering per februari 2024 te verlagen naar de norm voor thuiswonenden, omdat eiseres pas op 10 februari 2024 bij de gemeente op haar adres was ingeschreven. De situatie op de eerste dag van de maand is bepalend voor de toekenning van de uitwonendenbeurs.
Eiseres voerde aan dat zij zich niet eerder kon inschrijven vanwege haar verblijf bij de Hotelschool en verzocht om een pro rato toekenning van de uitwonendenbeurs voor februari 2024. De rechtbank overweegt dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een vaste peildatum, waardoor geen pro rato berekening mogelijk is. Omdat eiseres op de peildatum nog bij haar ouders stond ingeschreven, voldoet zij niet aan de voorwaarden voor de uitwonendenbeurs.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de hardheidsclausule toe te passen, mede omdat geen bijzondere omstandigheden of onbillijkheden zijn gesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug.