ECLI:NL:RBDHA:2024:21762
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek omzetting prestatiebeurs in gift wegens niet-tijdige indiening
Eiser heeft een verzoek ingediend om zijn prestatiebeurs om te zetten in een gift, maar deed dit na de wettelijke termijn van vijf jaar na afloop van de diplomatermijn. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen, waarna eiser bezwaar maakte dat werd verworpen. De rechtbank heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat het verzoek niet tijdig was ingediend en dat de wetgever bewust een termijn heeft gesteld voor omzetting.
Eiser voerde aan dat de wet en memorie van toelichting niet duidelijk maken dat het recht op omzetting vervalt na de termijn en dat verweerder de hardheidsclausule had moeten toepassen vanwege zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder een verkeersongeluk, ADHD en organisatorische stoornis. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende medische onderbouwing leverde om het beperkte doenvermogen aannemelijk te maken en dat de hardheidsclausule niet van toepassing is omdat de wetgever bewust een termijn stelde.
De rechtbank benadrukte de eigen verantwoordelijkheid van de student om zich te informeren over rechten en plichten en vond dat het niet actief wijzen door verweerder op de verplichting tot tijdige indiening niet tot onzorgvuldigheid leidt. Het beroep is ongegrond verklaard, het verzoek om omzetting blijft afgewezen, en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om omzetting van de prestatiebeurs in een gift wordt afgewezen wegens niet-tijdige indiening.