De vrouw verzocht de rechtbank om haar het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te wijzen en om een voorlopige zorgregeling voor de minderjarige kinderen vast te stellen, waarbij primair de kinderen aan haar zouden worden toevertrouwd. Subsidiair verzocht zij dat de kinderen aan de man worden toevertrouwd onder specifieke voorwaarden.
De man voert verweer en gaf aan dat hij per 13 november 2024 voor een jaar naar Tsjaad vertrekt voor zijn werk bij Artsen zonder Grenzen en pas in februari 2025 kortdurend terug in Nederland zal zijn. De bodemprocedure staat gepland op 3 december 2024.
De rechtbank oordeelt dat de vrouw geen belang heeft bij de gevraagde voorlopige voorzieningen, omdat de man gedurende zijn verblijf in Tsjaad geen gebruik kan maken van de woning en er geen fysiek contact tussen hem en de kinderen zal zijn. De verzoeken worden daarom afgewezen.