ECLI:NL:RBDHA:2024:21939

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 december 2024
Publicatiedatum
23 december 2024
Zaaknummer
AWB 24/13376
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling wegens niet tijdig besluit in vreemdelingenzaak

De rechtbank Den Haag heeft op 23 december 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een verzoek om proceskostenvergoeding. Verzoeker had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie.

Tijdens de procedure is de minister alsnog tot besluitvorming gekomen en heeft daarmee aan het beroep tegemoetgekomen. De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de minister bij afzonderlijke uitspraak kan worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

De minister heeft bovendien aangegeven bereid te zijn de proceskosten te vergoeden. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding daarom als kennelijk gegrond toe en veroordeelt de minister tot betaling van een bedrag van € 437,50 aan proceskosten, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars zonder zitting en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/13376

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2024 in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. N.B. Swart),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het verzoek om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
2. Omdat het verzoek als kennelijk gegrond wordt toegewezen, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

3. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
4. De rechtbank stelt vast dat de minister aan verzoeker tegemoet is gekomen door tijdens het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen op de aanvraag van verzoeker van 3 november 2023.
5. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de minister bij brief van 28 november 2024 heeft aangegeven bereid te zijn de proceskosten van verzoeker te vergoeden.

Conclusie en gevolgen

6. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. Dat betekent dat verzoeker gelijk krijgt.
7. De rechtbank veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.