ECLI:NL:RBDHA:2024:21949
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring wegens onttrekking aan toezicht en uitzettingsrisico
De minister van Asiel en Migratie legde op 3 december 2024 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, die sinds 16 oktober 2024 in bewaring zit, stelde dat de minister onvoldoende voortvarend was in zijn uitzetting naar Tunesië en dat een minder dwingende maatregel had moeten worden toegepast.
De rechtbank oordeelde dat de Tunesische nationaliteit van eiser niet vaststaat, omdat geen geldig identiteitsdocument is overgelegd en de aanvraag van een laissez-passer nog niet bevestigd is door de Tunesische autoriteiten. De minister heeft volgens de rechtbank voldoende voortvarend gewerkt door op 4 december 2024 een vertrekgesprek te voeren en op 6 december 2024 een aanvraag in te dienen. Daarnaast had de minister in de periode van 16 oktober tot 3 december 2024 niet aan uitzetting hoeven te werken vanwege de toepasselijkheid van artikel 59b Vw 2000.
De rechtbank verwierp ook het betoog dat een minder dwingende maatregel volstond, omdat de minister aannemelijk heeft gemaakt dat er risico is op onttrekking aan toezicht en belemmering van uitzetting. De rechtbank zag geen aanleiding om af te wijken van het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond, terwijl het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.