ECLI:NL:RBDHA:2024:2196
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dwangsom en oplegging termijn voor besluit nareis asielvergunning
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, samen met haar twee kinderen. De aanvraag was ingediend op 11 januari 2023, terwijl verweerder uiterlijk op 11 juli 2023 had moeten beslissen. Verweerder heeft geen besluit genomen en ook geen verweerschrift ingediend.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tijdig is ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling. Gezien de bijzondere omstandigheden rond gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd. De rechtbank bepaalt een termijn van twintig weken na verzending van deze uitspraak voor verweerder om alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500, en tot vergoeding van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442. Ook worden de proceskosten en het griffierecht aan eiseres toegekend. De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van het besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog te beslissen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog moet beslissen, met een dwangsom bij overschrijding.