ECLI:NL:RBDHA:2024:22007
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen bewaring vreemdeling wegens rechtmatigheid maatregel
Eiser werd op 13 november 2024 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder stelde de rechtbank op 11 december 2024 in kennis van de oplegging van de maatregel, wat werd aangemerkt als een beroep. De gemachtigde van eiser nam de zaak op 13 december 2024 over, maar reageerde niet op verzoeken van de rechtbank om het beroep te handhaven.
De rechtbank constateerde dat de gemachtigde niet verscheen bij de zitting en ook niet had geïnformeerd over zijn voornemen het beroep in te trekken, zonder dit met eiser te bespreken. Ondanks de niet-verschijning werd eiser in persoon gehoord. De rechtbank voerde een ambtshalve rechtmatigheidsbeoordeling uit en concludeerde dat de bewaring rechtmatig was opgelegd en gehandhaafd tot de opheffing.
De rechtbank benadrukte het belang van communicatie door gemachtigden en veroordeelde de proceshouding van de gemachtigde van eiser als onaanvaardbaar. Omdat de maatregel rechtmatig was en de gemachtigde geen proceshandelingen verrichtte, werd het beroep ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling. Eiser heeft recht op rechtsbijstand, maar de gemachtigde mag niet eigenmachtig het beroep intrekken zonder overleg.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard vanwege rechtmatigheid van de maatregel en het niet reageren van de gemachtigde.