ECLI:NL:RBDHA:2024:22058
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen buiten behandeling stelling verblijfsvergunning regulier
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 10 oktober 2024 waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij partner buiten behandeling is gesteld. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om uitzetting te voorkomen zolang het bezwaar niet is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek met zaaknummer AWB 24/21443 niet-ontvankelijk is omdat verzoeker geen bezwaar heeft gemaakt tegen de kennisgeving van uitzetting, waardoor het connexiteitsvereiste ontbreekt. Het verzoek met zaaknummer AWB 24/16596 wordt afgewezen omdat het bezwaar tegen de buiten behandeling stelling geen redelijke kans van slagen heeft.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker onvoldoende bewijs heeft geleverd van zijn relatie en samenwoning met zijn partner, mede doordat hij in detentie zit. Ook is niet aannemelijk dat hij niet in staat is de ontbrekende documenten aan te leveren. De stelling dat uitzetting in strijd is met artikel 3 EVRM Pro wegens gevaar vanwege homoseksuele geaardheid is reeds in eerdere asielprocedure verworpen. Het argument dat geen laissez-passer beschikbaar is, is niet relevant voor de beoordeling van het bezwaar.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen buiten behandeling stelling verblijfsvergunning wordt afgewezen; ander verzoek niet-ontvankelijk verklaard.