De gecertificeerde instelling verzoekt verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige, die sinds geruime tijd bij pleegouders woont. De ouders en pleegouders zijn niet verschenen bij de zitting, maar zijn correct opgeroepen.
De kinderrechter constateert dat de moeder het ouderlijk gezag heeft en de vader de minderjarige heeft erkend. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn eerder verlengd tot 6 december 2024. De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek met het complexe loyaliteitsconflict en het onvermogen van ouders en pleegouders om samen te werken, ondanks dat de ouders inmiddels vier andere kinderen thuis hebben.
De rechtbank heeft eerder een verzoek tot wijziging van verblijfplaats afgewezen, waartegen hoger beroep is ingesteld. De kinderrechter oordeelt dat verlenging van beide maatregelen noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De betrokkenheid van een jeugdbeschermer blijft essentieel om de ontwikkeling te monitoren en passende hulp te waarborgen.
De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing worden verlengd tot 6 december 2025. Hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.