Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 december 2024 in de zaak tussen
Stichting Zebra, uit 's-Gravenhage, verzoekster
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
Rechtbank Den Haag
Stichting Zebra had beroep ingesteld tegen een besluit van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) van 21 februari 2024. Dit beroep werd ingetrokken nadat het bestuursorgaan op 5 november 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar nam die volledig tegemoetkwam aan de vorderingen van Stichting Zebra.
De rechtbank Den Haag beoordeelde het verzoek van Stichting Zebra om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verweerder verzette zich niet tegen een proceskostenveroordeling, mits deze conform het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) zou plaatsvinden.
De rechtbank stelde vast dat het UWV geheel aan het beroep van Stichting Zebra was tegemoetgekomen met de gewijzigde beslissing op bezwaar. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding toe en veroordeelde het UWV tot betaling van € 875,- aan Stichting Zebra. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 371,- door het UWV vergoed moet worden, waarvoor Stichting Zebra zich rechtstreeks tot het bestuursorgaan moet wenden.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.P. Verloop op 6 december 2024 zonder zitting en is verzonden aan partijen. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen als zij het niet eens zijn met deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan Stichting Zebra na intrekking beroep wegens gewijzigde beslissing op bezwaar.