ECLI:NL:RBDHA:2024:22074
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij WW-uitkering
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om zijn aanvraag voor een WW-uitkering niet verder in behandeling te nemen wegens het ontbreken van benodigde informatie.
De voorzieningenrechter oordeelt dat bij financiële geschillen zoals deze in beginsel geen spoedeisend belang bestaat, omdat het geschil na afloop van de bodemprocedure financieel kan worden afgewikkeld. Verzoeker stelde dat hij sinds 1 september 2024 geen inkomsten heeft, maar heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij geen middelen heeft om de periode van de gemeentelijke beslistermijn van acht weken te overbruggen.
Verweerder heeft aangegeven dat geen acute financiële noodsituatie is gebleken, zoals dreigende afsluiting van nutsvoorzieningen of ontruiming van de woning. Verzoeker heeft weliswaar later alsnog de gevraagde stukken ingediend, en verweerder verwacht spoedig uitsluitsel te kunnen geven over het recht op WW-uitkering.
De voorzieningenrechter concludeert dat het spoedeisend belang ontbreekt en wijst het verzoek daarom af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.