De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2010. De minderjarige verblijft sinds juli 2024 in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, nadat eerdere traumatherapie onvoldoende effect had. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar zijn onvoldoende bereikbaar en medewerkend, wat de uitvoering van de ondertoezichtstelling bemoeilijkt.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat de minderjarige ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd door persoonlijke problematiek, waaronder trauma, en dat er grote zorgen zijn over zijn schoolgang en veiligheid vanwege veelvuldig weglopen. De huidige verblijfplaats is passend, maar de minderjarige ervaart het er zwaar, mede door het ontbreken van voldoende familiecontact en financiële ondersteuning.
De kinderrechter wijst het verzoek van de gecertificeerde instelling toe en verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor een jaar. Tevens wordt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Gezien de niet meewerkende houding van de ouders adviseert de Raad om een gezagsbeëindigende maatregel te overwegen, hetgeen nader onderzocht zal worden.