ECLI:NL:RBDHA:2024:22094
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdracht aan Kroatië in Dublinprocedure
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling. Tegen dit besluit stelde verzoeker beroep in, dat buiten zitting kennelijk ongegrond werd verklaard. Vervolgens diende verzoeker verzet in tegen deze uitspraak en verzocht om een voorlopige voorziening om overdracht aan Kroatië te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzet zich beperkt tot de vraag of de rechtbank terecht zonder zitting uitspraak heeft gedaan. Hoewel verzoeker stelt dat hij niet adequaat heeft kunnen reageren op het standaard voornemen van verweerder, concludeert de voorzieningenrechter dat de rechtbank zorgvuldig heeft gehandeld en de belangen van verzoeker voldoende heeft meegewogen.
De geplande overdracht aan Kroatië per 26 augustus 2024 geeft aanleiding tot spoedeisend belang, maar het verzet biedt geen redelijke kans van slagen. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en hoeft verweerder geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de overdracht aan Kroatië wordt afgewezen.