Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, van Iraanse nationaliteit, heeft een herhaalde aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend die door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 26 september 2024 samen met de bodemzaak (NL24.30785). Op dezelfde dag als deze uitspraak heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af. Wel veroordeelt hij de minister tot betaling van de door verzoeker gemaakte proceskosten van € 875,-, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg en uitgesproken in het openbaar op 16 december 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 875,-.