ECLI:NL:RBDHA:2024:22166

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 december 2024
Publicatiedatum
30 december 2024
Zaaknummer
NL24.36817
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank beoordeelt de ontvankelijkheid van dit beroep.

De rechtbank stelt vast dat eiser het griffierecht niet heeft betaald binnen de gestelde termijn, ondanks meerdere aanmaningen en een afwijzing van zijn verzoek om vrijstelling wegens betalingsonmacht. De griffier heeft eiser duidelijk geïnformeerd over de betalingstermijn en de gevolgen van het niet betalen.

Omdat eiser geen verontschuldigbare redenen heeft opgegeven voor het niet betalen, verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.36817

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 december 2024 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. M. Grigorjan)
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de ontvankelijkheid van het beroep van eiser omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis.
1.1.
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De indiener van een beroep moet griffierecht betalen. De rechtbank verklaart dit beroep niet-ontvankelijk als het bedrag niet binnen de gestelde termijn is betaald, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. [2]
3. Eiser heeft verzocht om vrijstelling van het betalen van griffierecht vanwege betalingsonmacht. Dit verzoek heeft de griffier afgewezen omdat uit de verstrekte gegevens bleek dat eiser niet voldoet aan de daarvoor geldende criteria. De griffier heeft eiser bij brief van 18 oktober 2024 in de gelegenheid gesteld om uiterlijk twee weken na deze datum het griffierecht te betalen. Nadat was gebleken dat eiser het griffierecht niet binnen die termijn had voldaan, heeft de griffier eiser bij aangetekende brief van 3 november 2024 een herinnering gestuurd en hem in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na dagtekening van die brief alsnog het griffierecht te betalen. Gelet op de bezorggegevens van PostNL, is deze aangetekende brief op 5 november 2024 bezorgd bij het kantoor van de gemachtigde van eiser. Eiser was daarmee op de hoogte van het bedrag dat hij aan griffierecht moest betalen, dat hij dit bedrag uiterlijk op 17 november 2024 moest betalen, en dat, als hij niet (binnen de betalingstermijn) betaalt, hij het risico loopt dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. De rechtbank stelt op basis van de financiële administratie van de rechtbank vast dat eiser het griffierecht niet (binnen de gestelde betalingstermijn) heeft voldaan. Eiser heeft geen reden opgegeven voor het niet (op tijd) betalen van het griffierecht aan de rechtbank. Daarom vindt de rechter het niet (op tijd) betalen van het griffierecht niet verontschuldigbaar. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, rechter, in aanwezigheid van
mr.G.T.J. Kouwenberg, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dit mogelijk.
2.Dat staat in artikel 8:41, zesde lid, van de Awb.