ECLI:NL:RBDHA:2024:22192
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling minister na niet tijdig beslissen op aanvraag vreemdeling
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft de rechtbank Den Haag geoordeeld over een verzoek tot proceskostenvergoeding tegen de minister van Asiel en Migratie. Verzoeker had een beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag van 17 oktober 2022. Tijdens het opvolgende beroep is de minister alsnog tot besluitvorming gekomen, waardoor het beroep werd ingetrokken.
De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) de minister in de proceskosten kan worden veroordeeld indien hij aan verzoeker tegemoet is gekomen. De minister heeft bovendien aangegeven bereid te zijn de proceskosten te vergoeden tot een bedrag van €437,50.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe en veroordeelt de minister tot betaling van €437,50 aan verzoeker. Deze vergoeding is gebaseerd op de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, berekend als 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van €875 en een wegingsfactor van 0,5.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Verzoeker wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €437,50 wegens niet tijdig beslissen.