AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Proceskostenveroordeling minister na tegemoetkoming in beroep niet tijdig besluit
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag op 30 december 2024 uitspraak gedaan over een verzoek tot proceskostenvergoeding. Verzoeker had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie. Tijdens het vervolg van het beroep is de minister alsnog overgegaan tot het nemen van een beslissing op de aanvraag van verzoeker van 6 mei 2022.
De rechtbank oordeelt dat de minister aan verzoeker is tegemoetgekomen en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toe. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 437,50.
De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars, zonder zitting, conform artikel 8:54 AwbPro. De proceskostenvergoeding betreft de kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, berekend op basis van één punt met een wegingsfactor van 0,5 en een waarde per punt van € 875,-.
Verzoeker wordt geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak, met de optie om een zitting aan te vragen voor toelichting.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 437,50.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.42998
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Overwegingen
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het verzoek om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
2. Omdat het verzoek als kennelijk gegrond wordt toegewezen, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
3. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
4. De rechtbank stelt vast dat de minister aan verzoeker tegemoet is gekomen door tijdens het opvolgende beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen op de aanvraag van verzoeker van 6 mei 2022.
Conclusie en gevolgen
5. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. Dat betekent dat verzoeker gelijk krijgt.
6. De rechtbank veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,5).
Beslissing
De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.