ECLI:NL:RBDHA:2024:22250
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens twijfel aan tijdige terugkeer
Eiseres heeft een visum voor kort verblijf aangevraagd om familie te bezoeken, maar de minister heeft de aanvraag afgewezen wegens twijfel aan haar voornemen om tijdig het grondgebied van de lidstaten te verlaten. De minister vond dat eiseres onvoldoende sociale en economische binding met Iran had aangetoond, mede omdat zij geen salarisstroken had overgelegd en de studie niet als dwingende terugkeerreden werd gezien.
Eiseres stelde dat zij wel voldoende bindingen had, waaronder familie in Iran en een studie, en dat de minister ten onrechte het bezwaar kennelijk ongegrond had verklaard zonder haar te horen. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht van het horen kon afzien omdat de essentiële stukken ontbraken en dat het bezwaar terecht ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk omdat het bezwaar inmiddels was behandeld. Het beroep tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk en het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag is ongegrond verklaard.