ECLI:NL:RBDHA:2024:22260
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, waarbij Polen als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen en Nederland een verzoek tot terugname aan Polen heeft gedaan dat is aanvaard.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast kan worden vanwege rapporten en nieuwsberichten over het Poolse asielbeleid, waaronder het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank overwoog dat de minister in beginsel mag uitgaan van het vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen die een hoog drempelniveau bereiken.
Daarnaast voerde eiser aan dat artikel 16 van Pro de Dublinverordening van toepassing zou moeten zijn vanwege een gezinsband met zijn broer in Nederland, en dat artikel 17 toegepast Pro moest worden wegens bijzondere omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat eiser deze familieband niet aannemelijk had gemaakt en dat er geen bijzondere individuele omstandigheden waren om artikel 17 toe Pro te passen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de aanvraag niet in behandeling wordt genomen, waardoor overdracht aan Polen mogelijk blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.