ECLI:NL:RBDHA:2024:22297
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bestuursprocedure
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, die zij vervolgens heeft ingetrokken na het bereiken van een schikking, waarbij het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn gehandhaafd bleef.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de redelijke termijn met negen maanden is overschreden, waarbij de bezwaarfase en beroepsfase gezamenlijk langer duurden dan toegestaan volgens artikel 6 EVRM Pro. De overschrijding wordt toegerekend aan zowel het college als de Staat, waarbij het schadebedrag van €1.000,- naar evenredigheid wordt verdeeld.
De rechtbank veroordeelt het college tot betaling van €555,56 en de Staat tot betaling van €444,44 aan eiseres. Proceskosten worden niet toegewezen omdat eiseres hier tijdens de zitting nadrukkelijk van heeft afgezien.
De uitspraak is gedaan door rechter L.C. Bannink en griffier D.W.A. van Weert op 16 december 2024 en is openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het college en de Staat tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.