ECLI:NL:RBDHA:2024:22309
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 3 december 2024 behandeld en beoordeelt of het besluit rechtmatig is.
De rechtbank overweegt dat Nederland op grond van de Dublinverordening en artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 een aanvraag niet in behandeling hoeft te nemen als een andere lidstaat verantwoordelijk is. Duitsland heeft het verzoek tot overname aanvaard. Eiser betoogt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt vanwege geweld en problemen in de Duitse opvang, maar de rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat er sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro door structurele tekortkomingen in Duitsland.
De rechtbank stelt vast dat eiser niet heeft aangetoond dat er een zodanige zware tekortkoming is. Hoewel er rechtsextremistisch geweld en kritiek op opvang is, is niet gebleken dat de Duitse autoriteiten geen bescherming bieden of dat de opvang ontoereikend is voor Dublinclaimanten. Ook de medische situatie van eiser leidt niet tot een uitzondering; de rechtbank vindt onvoldoende bewijs voor een reëel en bewezen risico op aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van zijn gezondheid bij overdracht aan Duitsland. De minister hoefde daarom geen BMA-advies te vragen.
Ten slotte oordeelt de rechtbank dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet van toepassing is omdat eiser geen bijzondere individuele omstandigheden heeft aangetoond die overdracht onevenredig hard maken. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het besluit blijft in stand en eiser mag worden overgedragen aan Duitsland. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.