ECLI:NL:RBDHA:2024:22310
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep op 3 december 2024 behandeld en beoordeeld aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden. Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt voor Duitsland vanwege problemen met geweld en opvang, en dat overdracht aan Duitsland een reëel risico vormt voor zijn gezondheid.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen in Duitsland die een zwaarwegende uitzondering rechtvaardigen. Ook de medische situatie van eiser rechtvaardigt geen afwijking van overdracht. Tot slot is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die overdracht onevenredig hard maken.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijft het besluit van de minister in stand. Eiser mag worden overgedragen aan Duitsland en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.