ECLI:NL:RBDHA:2024:22373
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onvoldoende zorgvuldige zoekslag en ondeugdelijke belangenafweging bij Woo-verzoek
Eiser diende op 5 december 2021 een Woo-verzoek in bij de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om documenten over het werkproces bij de afhandeling van informatieverzoeken openbaar te maken. Het primaire besluit van 20 maart 2023 leidde tot gedeeltelijke openbaarmaking, waarbij enkele tientallen documenten werden geweigerd, deels vanwege het belang van het functioneren van de Staat.
Na overschrijding van de beslistermijn op bezwaar stelde eiser beroep in tegen het niet tijdig beslissen. Het bestreden besluit van 25 januari 2024 handhaafde grotendeels het primaire besluit, maar maakte enkele documenten nader openbaar. Eiser stelde dat de zoekslag onvoldoende zorgvuldig was, met name omdat weekberichten en definitieve versies van conceptdocumenten ontbraken, en dat de belangenafweging rondom concepten ondeugdelijk was gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk was omdat verweerder alsnog op bezwaar had beslist. De rechtbank stelde echter vast dat de zoekslag onvoldoende inzichtelijk en zorgvuldig was, vooral vanwege onduidelijkheid over definitieve versies van concepten. Tevens was de belangenafweging voor weigering van openbaarmaking van concepten te algemeen en niet op documentniveau gemotiveerd, wat in strijd is met de Woo en Awb.
Daarnaast was het gedeeltelijk openbaar gemaakte document niet goed leesbaar, hetgeen onzorgvuldig is. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf verweerder acht weken de tijd om een nieuw besluit te nemen dat voldoet aan de wettelijke eisen. Tevens werd het door eiser betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit is gegrond verklaard en het besluit vernietigd; verweerder moet binnen 8 weken een nieuw besluit nemen.