Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres
de Minister van Buitenlandse Zaken, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
6 juli 2022. [1]
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Marokkaanse vrouw geboren in 1967, verzocht om een visum kort verblijf om haar dochter in Nederland te bezoeken. De Minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af op grond van onvoldoende bewijs van het doel en de omstandigheden van het verblijf en redelijke twijfel over haar terugkeer naar Marokko.
Eiseres betwistte dit besluit en voerde aan dat zij voldoende sociale bindingen heeft, zoals haar echtgenoot, kinderen, kleinkind en zorg voor haar moeder in Marokko. Tevens stelde zij dat verweerder ten onrechte afzag van een hoorzitting in bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende economische binding met Marokko heeft aangetoond, aangezien zij werkloos is en geen substantieel inkomen heeft. Hoewel enige sociale binding aanwezig is, is deze onvoldoende om terugkeer te waarborgen. De rechtbank vond dat verweerder terecht twijfelde aan het voornemen van eiseres om Nederland tijdig te verlaten.
Verder was het afzien van een hoorzitting gerechtvaardigd omdat het bezwaar geen andere uitkomst kon hebben. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.