Deze uitspraak betreft een beroep van eiser tegen de minister van Asiel en Migratie vanwege het niet tijdig beslissen op een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in het kader van nareis.
Eerder had de rechtbank bij uitspraak van 5 juli 2024 bepaald dat de minister binnen twee weken een besluit moest nemen, maar deze verplichting is niet nagekomen. De rechtbank stelt vast dat het beroep terecht en kennelijk gegrond is omdat de minister niet binnen de gestelde termijn heeft beslist.
De rechtbank legt de minister op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Voor elke dag dat de minister deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 200,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het betaalde griffierecht.
De rechtbank ziet geen bijzondere omstandigheden die een langere beslistermijn rechtvaardigen en neemt het ontbreken van een verweerschrift mee in haar oordeel. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier M.M. Mulder op 19 december 2024.