De kinderrechter van de rechtbank Den Haag heeft op 31 december 2024 een beschikking gegeven inzake een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De machtiging is verleend voor de periode van 3 januari 2025 tot 20 april 2025, waarbij de minderjarige bij de grootmoeder vaderszijde zal verblijven.
Aanleiding voor deze beslissing was dat de vader, bij wie de minderjarige eerder was geplaatst, werd gedetineerd waardoor het verblijf daar niet langer mogelijk was. De moeder wenst de zorg voor de minderjarige op zich te nemen, maar de thuissituatie bij haar is nog onvoldoende duidelijk en er zijn zorgen over de veiligheid vanwege haar partner. De grootmoeder biedt een stabiele en vertrouwde omgeving en onderhoudt goed contact met de school.
Er is een omgangsregeling getroffen waarbij de moeder het kind in het weekend en halverwege de week kan ophalen, onder de voorwaarde dat de partner van de moeder niet aanwezig is tijdens de omgangscontacten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt. Het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.