ECLI:NL:RBDHA:2024:2259

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 februari 2024
Publicatiedatum
23 februari 2024
Zaaknummer
NL23.8715
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid in verblijfsvergunningzaak

Verzoekster had een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, die op 15 maart 2023 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. Tegen dit besluit maakte verzoekster bezwaar. Bij besluit van 4 september 2023 werd het bezwaar gegrond verklaard en de aanvraag alsnog ingewilligd.

Verzoekster vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening, maar de voorzieningenrechter stelde vast dat het verzoek niet meer voldeed aan het connexiteitsvereiste zoals opgenomen in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Dit vereiste houdt in dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen kan worden gedaan zolang bezwaar of beroep tegen het besluit loopt.

Omdat verzoekster geen beroep had ingesteld tegen het besluit van 4 september 2023, kon niet worden voldaan aan het connexiteitsvereiste. De voorzieningenrechter verklaarde het verzoek daarom niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een beroep tegen het bezwaarbesluit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.8715

uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 februari 2024 in de zaak tussen

[verzoekster], v-nummer [nummer], verzoekster

(gemachtigde: mr. E.R. Hagenaars),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige
voorziening van verzoekster vanwege het besluit van 15 maart 2023, waarin de staatssecretaris de aanvraag van verzoekster voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van 19 december 2022 heeft afgewezen. Verzoekster heeft tegen het besluit van 15 maart 2023 bezwaar gemaakt.
1.2.
Bij besluit van 4 september 2023 heeft de staatssecretaris het bezwaar gegrond verklaard en de aanvraag van verzoekster ingewilligd.
1.3.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

3. In artikel 8:81, eerste lid, van de Awb is het connexiteitsvereiste opgenomen: als tegen een besluit bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen. Dit betekent dat een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening alleen kan worden gedaan hangende een bezwaar- of beroepsprocedure.
4. In artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb is bepaald dat als een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan nadat bezwaar is gemaakt en op dit bezwaar wordt beslist voordat op het verzoek is beslist, verzoekster in de gelegenheid wordt gesteld beroep bij de bestuursrechter in te stellen. Het verzoek wordt gelijkgesteld met een verzoek dat wordt gedaan hangende het beroep bij de bestuursrechter.
5. De voorzieningenrechter stelt vast dat niet is gebleken dat verzoekster beroep heeft ingesteld tegen het besluit van 4 september 2023 en is dan ook van oordeel dat niet (meer) wordt voldaan aan het connexiteitsvereiste.
6. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, rechter, in aanwezigheid van
E.J. Iflé, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.