De gecertificeerde instelling verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van een zeven maanden oude minderjarige voor de duur van zes maanden, vanwege de problematiek van de moeder en de beperkte zorgcapaciteit van de vader op lange termijn.
De moeder heeft een middelenproblematiek en verbleef met de minderjarige in een instelling, maar is daar recentelijk ontslagen vanwege een positieve test. De vader woont momenteel met de minderjarige en heeft aangegeven dat hij op lange termijn de zorg niet kan dragen vanwege werk, maar beschikt over een ondersteunend netwerk van familieleden.
De kinderrechter oordeelt dat het verzoek onvoldoende gemotiveerd is, vooral omdat niet is aangetoond waarom een plaatsing buiten het vaderlijk netwerk noodzakelijk is. De vader kan met hulp van zijn netwerk de zorg dragen, waardoor een uithuisplaatsing niet nodig is. De moeder werkt aan haar problematiek en staat achter het verblijf bij de vader. De kinderrechter benadrukt het belang van vertrouwen en samenwerking tussen moeder en gecertificeerde instelling.
Het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing wordt daarom afgewezen.