ECLI:NL:RBDHA:2024:22628

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 december 2024
Publicatiedatum
15 januari 2025
Zaaknummer
C/09/674504 / JE RK 24-1911
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • M. de Kleine
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige

De kinderrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 17 december 2024 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2008. De Raad voor de Kinderbescherming had verzocht om verlenging vanwege aanhoudende problemen zoals weglopen, seksueel overschrijdend gedrag en roken, die het verblijf op een open groep bemoeilijken.

De moeder van de minderjarige stemde in met de verzoeken, benadrukkend dat snel duidelijkheid over een passende vervolgplek noodzakelijk is. Zij gaf aan dat de huidige vrijheidsbeperkingen en groepssamenstelling averechts werken op de ontwikkeling van haar kind. De gecertificeerde instelling werd opgeroepen om prioriteit te geven aan het vinden van een geschikte plek, bij voorkeur bij Cardea in de woonplaats van de moeder.

De kinderrechter overwoog dat de wettelijke criteria voor verlenging van ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn vervuld. De minderjarige heeft moeite met emotie-regulatie, vertoont een patroon van weglopen en heeft een grote behoefte aan structuur en ondersteuning. De moeder is onvoldoende in staat de complexe zorgvraag zelfstandig op te lossen. Diagnostiek en intensieve begeleiding zijn noodzakelijk. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en kan binnen drie maanden in hoger beroep worden aangevochten.

Uitkomst: Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 14 november 2025 met directe uitvoerbaarheid.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/674504 / JE RK 24-1911
Datum uitspraak: 17 december 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Haaglanden,
hierna te noemen: de Raad,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. L. Rijsdam, gevestigd te Leiden.
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 14 november 2024;
  • het rapport van de Raad van 31 oktober 2024
  • het nagezonden rapport van de Raad van 12 december 2024.
1.2.
Op 14 november 2024 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
  • [naam 1] namens de Raad;
  • [de minderjarige] ;
- de moeder met haar advocaat;
  • [naam 2] namens de gecertificeerde instelling;
  • [naam 3] , behandelcoördinator, telefonisch gesproken als informant.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft voor de zitting hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
Voor de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 14 november 2024.

3.De verzoeken

3.1.
Het aangehouden deel van het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de nog resterende duur van elf maanden. Tevens strekt het aangehouden deel van het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de nog resterende duur van elf maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad heeft het verzoek, samengevat en zakelijk weergegeven, als volgt onderbouwd. Er wordt gezien dat [de minderjarige] verder afglijdt nu hij op een open groep verblijft. Hij loopt weg, maakt seksueel overschrijdende opmerkingen, smokkelt rookwaar mee naar binnen en rookt stiekem. Het lukt [de minderjarige] onvoldoende zich aan de afspraken te houden. Daarnaast is [de minderjarige] beïnvloedbaar en toont hij weinig inzicht in de gevolgen van zijn handelen. De Raad heeft afgezien van een verzoek tot gesloten machtiging jeugdhulp, omdat [de minderjarige] regelmatig wegloopt, maar zichzelf niet in onveilige situaties brengt die een gesloten plaatsing rechtvaardigen. Het feit dat [de minderjarige] vaak wegloopt en bij de moeder thuis komt is zeer onwenselijk voor zowel [de minderjarige] als de moeder, omdat er op dit moment geen juiste hulpverlening is en [de minderjarige] zich hieraan onttrekt. [de minderjarige] heeft hulpverlening nodig passend bij zijn problematiek. [instelling] kan niet voldoende bij [de minderjarige] aansluiten. De Raad is van mening dat [de minderjarige] dringend overgeplaatst moet worden naar een gespecialiseerde jeugdzorginstelling waarbij hem veel nabijheid, structuur en duidelijkheid wordt geboden. Ter zitting is naar voren gekomen dat de gecertificeerde instelling verschillende jeugdhulpinstellingen, zoals Middin, Cardea, Ipse de Brugge en Yes We Can Clinics heeft benaderd. Hieruit is gebleken dat Ipse de Brugge en Middin, gezien de wachtlijsten, de meest haalbare opties zijn. Gelet op de zorgen over de ontwikkeling van [de minderjarige] en het feit dat er op dit moment geen passende plek voor [de minderjarige] is, handhaaft de Raad het resterende deel van het verzoek.

4.Het standpunt

4.1.
Door en namens de moeder is ingestemd met de verzoeken. Daarbij is benadrukt dat het van groot belang is dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt over een passende vervolgplek voor [de minderjarige] . De huidige vrijheidsbeperkingen en de groepssamenstelling binnen [instelling] hebben een averechtse werking op de ontwikkeling van [de minderjarige] . Het liefst ziet de moeder [de minderjarige] bij Cardea in [woonplaats] , omdat zijn school daar is en deze instelling bij haar in de buurt is. Daarnaast heeft de moeder aangegeven dat de gecertificeerde instelling in de afgelopen periode, onder andere op de momenten dat [de minderjarige] in de avond voor haar deur stond, niet bereikbaar is geweest. Dit gebrek aan begeleiding heeft ertoe geleid dat de noodzakelijke ondersteuning voor [de minderjarige] ontbreekt. Er moet daarom op korte termijn een passende en duurzame oplossing worden gevonden.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van zijn verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, BW).
5.2.
Daartoe overweegt de kinderrechter als volgt. De zorgen over [de minderjarige] zijn ontwikkeling zijn onverminderd aanwezig. [de minderjarige] heeft moeite met het reguleren van zijn emoties, wat regelmatig leidt tot conflicten met mensen in zijn omgeving. Daarnaast vertoont [de minderjarige] een patroon van weglopen, zowel bij [instelling] als bij zijn vorige woonplaatsen. In de thuissituatie hebben zich regelmatig incidenten en conflicten voorgedaan tussen [de minderjarige] en de moeder, die zich uitten in verbale agressie en het kapotmaken van spullen. [de minderjarige] heeft een grote behoefte aan duidelijkheid, structuur en ondersteuning in zijn dagelijkse bezigheden. Hoewel de moeder betrokken is bij de zorg en ondersteuning van [de minderjarige] , is zij onvoldoende in staat om zelfstandig de zorgen rondom [de minderjarige] weg te nemen, mede gezien de complexiteit van de zorgvraag. De bestaande diagnoses (ADHD en PDD-NOS) zijn verouderd, waardoor er geen volledig beeld is van de onderliggende problematiek van [de minderjarige] . Het is noodzakelijk dat dit opnieuw wordt onderzocht. Daarnaast is tijdens de zitting besproken dat er in de afgelopen periode weinig contact is geweest met de vaste jeugdbeschermer, wat de continuïteit in de begeleiding heeft bemoeilijkt. Dit moet als een aandachtspunt worden gezien, omdat een stabiele en consistente ondersteuning van een jeugdbeschermer van groot belang is voor [de minderjarige] en zijn verdere ontwikkeling. Het is cruciaal dat de gecertificeerde instelling in de komende periode prioriteit geeft aan het inschakelen van diagnostiek, hulp en begeleiding.
Gelet op de huidige situatie waarin [de minderjarige] niet naar huis kan terugkeren, acht de kinderrechter het van groot belang dat [de minderjarige] vanuit de stabiele en veilige plek bij [instelling] zo spoedig mogelijk doorstroomt naar een passende vervolgplek waar hij de intensieve begeleiding ontvangt die hij nodig heeft. De kinderrechter benadrukt dat bij [instelling] geen vrijheidsbeperkende maatregelen mogen worden opgelegd, aangezien [de minderjarige] daar niet verblijft op basis van een gesloten machtiging. De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling nadrukkelijk om zich voortvarend in te zetten om op korte termijn een geschikte vervolgplek voor [de minderjarige] te vinden. De voorkeur gaat, indien mogelijk, uit naar plaatsing bij Cardea [woonplaats] . Het is essentieel dat zowel de moeder als [de minderjarige] actief worden betrokken bij dit proces, zodat zij zich daadwerkelijk gehoord voelen, zeker nu in de afgelopen periode onvoldoende rekening is gehouden met duidelijke communicatie naar hen toe.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] van 20 december 2024 tot 14 november 2025;
6.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van 20 december 2024 tot 14 november 2025;
6.3.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2024 door mr. M. de Kleine, kinderrechter, in aanwezigheid van S.M. Plug als griffier, en op schrift gesteld op 10 januari 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.