Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat deze niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis.
De rechtbank heeft het verzoek van verweerder om het beroep aan te houden afgewezen, omdat dit de prikkel tot voortvarend beslissen wegneemt. De aanvraag is ondertekend op 19 december 2023, en verweerder had binnen 90 dagen moeten beslissen. Deze termijn is met drie maanden verlengd, maar verweerder heeft niet binnen deze termijn besloten. Eiser heeft de minister op 17 juli 2024 in gebreke gesteld en daarna tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit te nemen, tenzij nader onderzoek nodig is, dan geldt een termijn van twintig weken. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €7.500. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.