ECLI:NL:RBDHA:2024:22694
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen gevraagd of een zitting nodig was, maar deze werd niet aangevraagd, waarna het onderzoek werd gesloten zonder zitting.
De kern van het geschil betreft de toepassing van het besluit WBV 2023/3, dat sinds 27 januari 2023 van kracht is en de beslistermijnen voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengt. Eiser betwist dat de situatie zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, van de Vreemdelingenwet zich voordoet, en stelt dat de minister de beslistermijn niet geldig heeft verlengd. Daarom vindt eiser dat de ingebrekestelling niet prematuur was.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 16 februari 2024 waarin is geoordeeld dat de minister aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie zich voordeed. Omdat eiser zijn aanvraag op 30 augustus 2023 indiende, valt deze onder de verlengde beslistermijn tot 30 november 2024. De ingebrekestelling van 14 april 2024 is daardoor te vroeg ingediend, waardoor niet is voldaan aan de voorwaarden voor beroep. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling.