ECLI:NL:RBDHA:2024:22784
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen laten weten dat een zitting niet nodig is en sloot het onderzoek zonder zitting.
De kern van het geschil betreft de toepassing van het besluit WBV 2023/3, dat sinds 27 januari 2023 van kracht is en de beslistermijnen voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengt. Eiser betwist dat de verlenging van toepassing is op zijn aanvraag en stelt dat de ingebrekestelling daarom niet prematuur is ingediend.
De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat ten tijde van de inwerkingtreding van WBV 2023/3 sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Omdat eiser zijn aanvraag op 20 oktober 2023 heeft ingediend, valt deze onder de verlengde beslistermijn. De ingebrekestelling van 18 september 2024 is daarom te vroeg ingediend, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier D.D. Bijlhout op 31 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling in verband met verlengde beslistermijn.