ECLI:NL:RBDHA:2024:22785
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten zonder zitting.
De kern van het geschil betreft de toepassing van het besluit WBV 2023/3, dat sinds 27 januari 2023 van kracht is en de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengt. Eiseres betwist dat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig is en stelt dat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 16 februari 2024 waarin werd geoordeeld dat de situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) voldoende aannemelijk is gemaakt. Aangezien de asielaanvraag van eiseres op 31 oktober 2023 is ingediend, valt deze onder de verlengde beslistermijn. De ingebrekestelling van 10 september 2024 is daardoor prematuur. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier D.D. Bijlhout en is openbaar gemaakt op 20 november 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling in het kader van de verlengde beslistermijn onder WBV 2023/3.