ECLI:NL:RBDHA:2024:22788
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De kern van het geschil betreft de geldigheid van de verlenging van de beslistermijn op grond van het besluit WBV 2023/3, dat sinds 27 januari 2023 in werking is en de beslistermijn voor asielaanvragen tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengt.
Eiser betwist dat de situatie zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 zich voordoet, en stelt dat de verlenging van de beslistermijn niet geldig is, waardoor de ingebrekestelling niet prematuur zou zijn. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 16 februari 2024 waarin is geoordeeld dat de minister voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie zich wel voordeed.
De asielaanvraag van eiser is ingediend op 11 oktober 2023, waardoor de verlengde beslistermijn van toepassing is. De ingebrekestelling van 22 augustus 2024 is daarom te vroeg ingediend. Dit betekent dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te vroeg ingediende ingebrekestelling onder de verlengde beslistermijn van WBV 2023/3.