ECLI:NL:RBDHA:2024:22798

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 november 2024
Publicatiedatum
23 januari 2025
Zaaknummer
NL24.29494
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten wegens niet-tijdige beslissing op bezwaarschrift

Verzoeker is op 24 juli 2024 in beroep gegaan tegen de minister van Asiel en Migratie vanwege het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift. De minister heeft op 1 augustus 2024 alsnog een beslissing genomen, waarna verzoeker het beroep heeft ingetrokken en vergoeding van proceskosten heeft gevorderd.

De rechtbank oordeelt dat de minister door het alsnog nemen van een besluit tijdens het beroep tegemoet is gekomen aan verzoeker. Daarom veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 437,50, met een wegingsfactor van 0,5 omdat de zaak uitsluitend ging over de vraag of de beslistermijn was overschreden.

Daarnaast moet de minister het door verzoeker betaalde griffierecht van € 187,- vergoeden. De rechtbank zag geen aanleiding tot het houden van een zitting en maakte de uitspraak openbaar op 15 november 2024.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten wegens niet-tijdige beslissing op het bezwaarschrift.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.29494
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. B.A. Palm),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,verweerder

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. De minister heeft gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen.2
3. Verzoeker is op 24 juli 2024 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaarschrift. Op 1 augustus 2024 heeft de minister alsnog een beslissing genomen op zijn bezwaarschrift. Verzoekster heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. De rechtbank stelt vast dat de minister aan verzoeker tegemoet is gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een besluit op de aanvraag te nemen. De rechtbank veroordeelt de minister daarom in de door verzoeker gemaakte proceskosten.
5. De rechtbank stelt de proceskosten van eiser die verweerder moet betalen vast op € 437,50. De rechtbank hanteert een wegingsfactor 0,5 omdat deze zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift,
1. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb en Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,5). Ook moet de minister het door verzoeker betaalde griffierecht vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
  • bepaalt dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht van € 187,- vergoedt;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van D.D. Bijlhout, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
15 november 2024

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.