Uitspraak
1.Inleiding
2.De procedure in raadkamer
3.Het standpunt van klager
4.Het standpunt van de officier van justitie
5.Het oordeel van de rechtbank
HR6 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:177).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Naar aanleiding van een Europees Onderzoeksbevel van Duitse autoriteiten werd op 11 januari 2024 beslag gelegd op een iPhone 15 Pro. Klager diende op 8 maart 2024 een beklag in bij de rechtbank Den Haag tot teruggave van het beslag.
De rechtbank behandelde het beklag op 14 maart 2024 in raadkamer, waarbij klager niet aanwezig was maar zijn raadslieden wel. Klager stelde dat hij geen kennisgeving van de inbeslagname had ontvangen en daardoor niet tijdig zijn beklag kon indienen. De officier van justitie stelde dat de telefoon niet was uitgelezen en op 12 januari 2024 aan klager was geretourneerd.
De rechtbank oordeelde dat klager langs andere weg dan via het Openbaar Ministerie op de hoogte was geraakt van het beslag, namelijk door de teruggave van de telefoon en de ontvangst van de beslaglijst op 19 januari 2024. Omdat het beklag pas op 8 maart 2024 werd ingediend, ruim na de wettelijke termijn van veertien dagen, werd het beklag niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beklag van klager tegen de beslaglegging van de iPhone is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.