Naar aanleiding van een Europees Onderzoeksbevel (EOB) van Belgische autoriteiten is op 28 november 2023 beslag gelegd op verschillende goederen van klaagster, waaronder telefoons, laptops, zonnebrillen en handtassen. Klaagster diende op 11 december 2023 een beklag in bij de rechtbank Den Haag tot teruggave van deze goederen.
De rechtbank heeft het beklag op 21 december 2023 behandeld. Klaagster stelde dat de grondslag voor het beslag niet meer aanwezig was en dat de goederen geen relevant bewijsmateriaal vormden voor het Belgische strafrechtelijk onderzoek. De officier van justitie voerde aan dat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave, omdat de Belgische autoriteiten om overdracht van de goederen hadden gevraagd.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was het beklag te behandelen en dat klaagster ontvankelijk was. De rechter toetste niet de materiële gronden van het EOB, maar alleen of zich weigeringsgronden voordeden en of de formaliteiten van het beslag waren nageleefd. Gezien het beginsel van wederzijdse erkenning en het feit dat het EOB rechtmatig was erkend en uitgevoerd, en dat de inbeslaggenomen goederen relevant waren voor het Belgische onderzoek, verklaarde de rechtbank het beklag ongegrond.