ECLI:NL:RBDHA:2024:22838
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontruiming sportpark en opstallen wegens ontbreken spoedeisend belang
De Gemeente Rijswijk vordert ontruiming van het sportpark, de opstallen en extra grond die door de Stichting Beheer Exploitatie Sportfaciliteiten worden gebruikt. De vordering is gebaseerd op het einde van het opstalrecht en de huurovereenkomsten per 31 juli 2024. De Gemeente stelt dat de Stichting niet zal meewerken aan ontruiming en dat zij spoedeisend belang heeft omdat zij het sportpark per 1 augustus 2024 aan ADO Den Haag wil verhuren.
De Stichting betwist het spoedeisend belang en voert aan dat er sprake is van onaanvaardbaar afbreken van samenwerking, misbruik van recht, ontruimingsbescherming op grond van huur van bebouwde grond, en een retentierecht. De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang niet voldoende is aangetoond en dat onvoldoende aannemelijk is dat de vordering in een bodemprocedure zal slagen, mede vanwege de omstandigheden rondom het ontstaan en verlengen van het opstalrecht en de investeringen van de Stichting.
Verder blijkt uit de stukken dat de exploitatie van het sportpark door de Stichting niet is mislukt en dat het gebruik door ADO Den Haag kan voortduren ondanks het geschil. De wens van de Gemeente om het sportpark rechtstreeks aan ADO te verhuren is onvoldoende om het spoedeisend belang te onderbouwen. De vorderingen worden daarom afgewezen en de Gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de Gemeente tot ontruiming van het sportpark en opstallen worden afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.