ECLI:NL:RBDHA:2024:2285

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 februari 2024
Publicatiedatum
23 februari 2024
Zaaknummer
rekestnummers: C/09/661601 / FT RK 24/140 en C/09/661605 / FT RK 24/141
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287b lid 1 FwArt. 287b lid 4 FwArt. 287b lid 6 FwArt. 305 lid 2 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning voorlopige voorziening tegen woningontruiming wegens bedreigende situatie en minnelijk traject

Op 19 februari 2024 verzocht de verzoeker de rechtbank Den Haag om een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b lid 1 Faillissementswet, waarbij de geplande woningontruiming op 21 februari 2024 zou worden verboden. De verzoeker verkeerde in een bedreigende situatie vanwege de dreigende ontruiming en had nog niet met het minnelijk traject gestart, maar was wel onder beschermingsbewind geplaatst en kreeg hulp van schuldhulpverleners.

De rechtbank stelde vast dat de verzoeker sinds eind 2022 ernstige gezondheidsproblemen heeft en daardoor langdurig zonder inkomen zat, wat leidde tot een aanzienlijke schuldenlast. De maandelijkse huurtermijnen worden door de gemeente betaald, waardoor de vordering van de verhuurder niet verder oploopt. Haag Wonen had al sinds 2011 geprobeerd de verzoeker te ondersteunen, maar zonder duurzaam resultaat.

De rechtbank maakte een belangenafweging en oordeelde dat het belang van de verzoeker bij het behoud van zijn woning zwaarder weegt dan het belang van Haag Wonen bij ontruiming. De voorlopige voorziening werd daarom toegewezen voor zes maanden, zodat de verzoeker het minnelijk traject kan voortzetten en een regeling met schuldeisers kan treffen. Een WSNP-verzoek is eveneens ingediend, maar kan pas worden behandeld na afronding van het minnelijk traject.

De beschikking bepaalt dat Haag Wonen de woning niet mag ontruimen zolang de huurtermijnen worden voldaan en de voorziening geldt tot de WSNP-uitspraak in kracht van gewijsde is of het verzoek is ingetrokken. De rechtbank benadrukte dat de situatie nu stabieler is door beschermingsbewind en professionele hulp.

Uitkomst: De rechtbank verbiedt Haag Wonen tot ontruiming over te gaan voor zes maanden om het minnelijk traject voort te zetten.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
rekestnummers: C/09/661601 / FT RK 24/140 en C/09/661605 / FT RK 24/141
beschikking op grond van artikel 287b lid 1 van de Faillissementswet van 23 februari 2024
[naam 1],
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
hierna: [naam 1] ,
tegen
stichting Woningstichting Haag Wonen,
(statutair) gevestigd te Den Haag,
hierna: Haag Wonen,
gemachtigde: Agin Timmermans Gerechtsdeurwaarders en Incassospecialisten.
Waar deze zaak over gaat
Op 21 februari 2024 stond een woningontruiming van de woning van [naam 1] gepland. Hierdoor is voor hem een bedreigende situatie ontstaan. [naam 1] heeft de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening uit te spreken, waarbij de woningontruiming voor zes maanden wordt verboden. Hierdoor is hij in de gelegenheid om het minnelijk traject af te ronden. De rechtbank wijst het verzoek toe en legt hierna uit waarom zij zo beslist. Eerst volgt informatie over het verloop van de procedure tot nu toe.

1.De procedure

1.1.
Op 19 februari 2024 heeft [naam 1] gevraagd om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 287b lid 1 van de Faillissementswet (Fw). Daarbij heeft hij ook een WSNP-verzoek ingediend. Op 19 februari 2024 is middels een tussenvonnis bepaald dat de voorlopige voorziening verder wordt behandeld op 23 februari 2024 te 09:30 uur.
1.2.
Het verzoek houdt in dat Haag Wonen wordt verboden om de woning die zij aan [naam 1] verhuurd te ontruimen. De ontruiming stond gepland op 21 februari 2024.
1.3.
Het verzoek tot het afgeven van de voorlopige voorziening is behandeld op de zitting van 23 februari 2024 te 09:30 uur. Op deze zitting verschenen:
- de heer [naam 1] , bijgestaan door,
- de heer [naam 2] , schuldhulpverlener van Noordzij Bewindvoerders,
- mevrouw [naam 3] , collega van de heer [naam 2] , werkzaam bij Noordzij
Bewindvoerders,
- mevrouw [naam 4] , namens Haag Wonen.

2.De beoordeling

Het doel van de voorlopige voorziening

2.1.
Bij een gedwongen ontruiming is sprake van een bedreigende situatie. De wet biedt in die gevallen de mogelijkheid om die bedreiging tijdelijk op te schorten, zodat verzoeker in staat is het minnelijke traject voort te zetten. Hij kan dan met zijn schuldeisers een regeling voor zijn schulden proberen te bereiken en wordt in die periode dan niet gehinderd door (executie)maatregelen. Voorwaarde is wel dat is gestart met het minnelijk traject.
Is sprake van een bedreigende situatie?
2.2.
De rechtbank stelt vast dat in dit geval sprake is van een bedreigende situatie. Op korte termijn is namelijk de woningontruiming aangezegd.
2.3.
Met het minnelijk traject is nog geen start gemaakt. De schuldhulpverlener is nog bezig met het in kaart brengen van de totale schuldenlast.
2.4.
Om het verzoek tot een voorlopige voorziening te kunnen toewijzen, is nodig dat de lopende huurtermijnen op tijd worden voldaan. Dat volgt uit de wet (artikel 287b lid 4 Fw jo. artikel 305 lid 2 Fw Pro).
2.5.
Uit de stukken en hetgeen ter zitting besproken blijkt dat [naam 1] sinds eind 2022 last heeft van ernstige hartritmestoornissen, waardoor hij langdurig in het ziekenhuis is beland en fysiek niet in staat is om te werken. [naam 1] werkte voorheen als zzp-er en had geen verzekering voor arbeidsongeschiktheid afgesloten, waardoor hij geruime tijd zonder inkomen heeft gezeten. Hierdoor zijn een flink aantal schulden ontstaan. Sinds februari 2024 ontvangt [naam 1] een Participatiewet-uitkering en zorgt de gemeente dat de maandelijkse huurbetaling direct aan Haag Wonen wordt voldaan. Met ingang van 22 februari 2024 is [naam 1] door de rechtbank onder beschermingsbewind geplaatst. Hierdoor is voldoende verzekerd dat er de komende periode geen nieuwe schulden zullen ontstaan.
Ter zitting heeft mevrouw Van Kralingen namens Haag Wonen aangegeven dat sprake is van langdurige financiële problemen bij [naam 1] . Haag Wonen is, zo verklaart zij, al vanaf 2011 bezig om [naam 1] hierbij te helpen, maar te vergeefs. Hij is verschillende keren aangemeld bij de Gemeente Den Haag voor schuldhulpverlening, maar de gemeente pakt niet door of [naam 1] stopt zelf met de ingezette hulp. Zij geeft aan dat [naam 1] diverse malen een uitkering heeft aangevraagd en dat die uitkering ook even zo vaak wordt stopgezet, waarop nieuwe huurachterstanden ontstaan. Er zijn door Haag Wonen talloze kansen tot hulp geboden, maar [naam 1] heeft daar geen gebruik van gemaakt. Haag Wonen heeft vanuit haar maatschappelijke functie zeer veel geïnvesteerd in hulpverleningstrajecten voor [naam 1] , maar tot op heden is het hem niet gelukt om orde op zaken te stellen. De maat is nu vol voor Haag Wonen. Hierbij speelt tevens mee dat op deze manier bij buurtbewoners de indruk zou ontstaan dat je de huur niet hoeft te voldoen, omdat je toch niet uit je woning kan worden gezet. Dit is een volkomen verkeerd signaal.
Belangenafweging
2.6.
Met Haag Wonen is de rechtbank van oordeel dat bij [naam 1] sprake is van structurele financiële problemen die niet onder controle zijn. Ondanks diverse hulptrajecten is het hem niet gelukt om zijn financiën op orde te houden. Inmiddels is [naam 1] echter onder beschermingsbewind geplaatst en is professionele hulp ingeschakeld van Noordzij Bewindvoerders. Hierdoor is voor het eerst in jaren sprake van een stabiele situatie waaruit gewerkt kan worden naar een oplossing voor de schulden. De rechtbank is met Haag Wonen van mening dat het betalen van de maandelijkse huur geen vrijwillige verplichting is, maar dat wel van geval tot geval moet worden beoordeeld of mensen een laatste kans verdienen om hun zaken op orde te krijgen. In het licht hiervan is de rechtbank van oordeel dat de belangen van [naam 1] bij het behoud van zijn woning op dit moment zwaarder wegen dan het belang van Haag Wonen. Het belang van Haag Wonen om haar vordering betaald te krijgen en niet verder te laten oplopen, spreekt voor zich. Dit belang wordt door toewijzing van het verzoek echter niet geschaad, omdat voldoende is gegarandeerd dat de vordering van Haag Wonen niet verder oploopt. Daar komt bij dat ook [naam 1] gebaat is bij een geslaagde minnelijke regeling en die is alleen mogelijk in een (voldoende) stabiele, niet bedreigende situatie.
2.7.
De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen. Daarmee wordt [naam 1] de gelegenheid geboden om het minnelijke traject voort te zetten met als doel om met zijn schuldeisers, waaronder de verhuurder, een regeling voor de schulden te bereiken en/of het minnelijke traject af te ronden.
2.8.
[naam 1] heeft ook een WSNP-verzoek ingediend. Op het WSNP-verzoek kan nog niet worden beslist, omdat het minnelijke traject nog niet is afgerond. De wet schrijft voor dat de schuldhulpverlener uiterlijk vier weken voor het aflopen van de getroffen voorziening verslag uitbrengt aan de rechtbank (artikel 287b lid 6 Fw). Na ontvangst van dit verslag en een compleet Wsnp-verzoek zal de behandeling van dat verzoek worden ingepland.

3.De beslissing

De rechtbank:
  • verbiedt Haag Wonen tot ontruiming van de woning over te gaan;
  • bepaalt dat deze voorziening slechts geldt onder de voorwaarde dat
  • bepaalt dat deze voorziening geldt totdat de uitspraak op het WSNP-verzoek in kracht van gewijsde is gegaan of dit verzoek is ingetrokken;
- bepaalt dat de voorziening in ieder geval vervalt na verloop van
zes maanden;
- bepaalt dat uiterlijk vier weken voor voornoemde datum door de ‘naam gemeente’ verslag zal worden uitgebracht als bedoeld in artikel 287b, zesde lid, Fw.
Dit is een beslissing van mr. A.C.M. Höppener, rechter, in samenwerking met A. van Groningen Schinkel, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2024.