ECLI:NL:RBDHA:2024:229
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublinprocedure asielaanvraag
Verzoeker, een Libische nationaliteit hebbende persoon, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter deed uitspraak zonder zitting op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat op dezelfde dag al een uitspraak was gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.35947), was een voorlopige voorziening niet langer nodig. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A. Nieuwenhuis en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.