ECLI:NL:RBDHA:2024:22910
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Kroatië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden. Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten onrechte werd toegepast, omdat hij een reëel risico loopt op pushbacks en onmenselijke behandeling in Kroatië. Hij verwees naar eigen ervaringen en een publicatie van VluchtelingenWerk.
De rechtbank oordeelde dat het vermoeden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden aangenomen, zoals ook de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft vastgesteld. Eiser heeft onvoldoende concrete en objectieve aanwijzingen geleverd om dit vermoeden te weerleggen. De verklaringen van eiser en de beschikbare informatie bieden geen basis om te concluderen dat Kroatië zijn internationale verplichtingen niet zal nakomen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijft het bestreden besluit in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en kan tegen deze uitspraak binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.