ECLI:NL:RBDHA:2024:22911
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaak tegen afwijzing asielaanvraag
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening verzocht.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 26 november 2024 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.44919) op dezelfde dag, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter mr. J.H. Lange en griffier K.L.H. Thomas, en is uitgesproken in het openbaar op 27 november 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het Dublin-besluit is afgewezen.