ECLI:NL:RBDHA:2024:22913
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming in asielprocedure
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de verantwoordelijkheid van Spanje voor de aanvraag.
Tijdens de zitting was de gemachtigde van de minister aanwezig, maar eiser en zijn gemachtigde waren afwezig. De rechtbank stelde ambtshalve vast dat eiser op 26 juni 2024 met onbekende bestemming is vertrokken en dat zijn gemachtigde geen contact meer met hem heeft. Dit leidde tot de conclusie dat eiser geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht.
Op grond van vaste rechtspraak betekent het vertrek met onbekende bestemming dat er geen procesbelang meer is bij het beroep. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelde de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter J.H. Lange op 27 november 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen procesbelang meer heeft.