ECLI:NL:RBDHA:2024:22915
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- M.M. Kuipers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van het Dublinverdrag. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak op 5 november 2024 behandeld. Verzoeker was aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.39731) op dezelfde dag, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.