Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel familie en gezin. Verweerder ontving de aanvraag op 19 mei 2023 en had binnen 90 dagen moeten beslissen, met een verlenging van drie maanden. Eiseres stelde verweerder op 1 juli 2024 schriftelijk in gebreke, waarna zij tijdig beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft besloten. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €7.500.
Daarnaast wordt eiseres vrijstelling van griffierecht verleend en krijgt zij een proceskostenvergoeding van €437,50 toegekend vanwege de inschakeling van een professionele gemachtigde. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 20 november 2024.